Column Zens januari 2007

Een homeopathisch consult is soms net het oplossen van een cryptogram. Je kunt eindeloos zoeken naar het juiste woord, de opgave blijft maar rondmalen in je hoofd. Vaak is het dan een goed idee om de puzzel een dagje weg te leggen, de volgende dag zie je de oplossing in één keer en kun je niet meer begrijpen waarom je die een dag eerder niet zag. Het zoeken naar de verborgen clou kan voor een homeopathisch arts nogal ingewikkeld zijn.  Het begin van het ochtendspreekuur een paar maanden geleden is daar een typisch voorbeeld van.  Mijn eerste patiënte die dag heeft weinig gemerkt van het homeopathisch middel dat ik haar een maand eerder gaf tegen de steeds vaker optredende hoofdpijnaanvallen die, zegt ze, haar leven behoorlijk beginnen te vergallen.

Vorig jaar besloot ze als herintreder haar oude werk als salesmanager bij een telecombedrijf weer op te pakken. Haar leidinggevenden wilden haar graag terug hebben; ze is ook echt goed in haar werk, vindt ze zelf, maar de combinatie van een drukke baan met het huishouden en het opvoeden van haar twee kinderen valt tegen. Ze denkt dat haar hoofdpijnaanvallen hier mee te maken hebben. Toch mis ik nog die ene verborgen aanwijzing naar het passende homeopathische middel. “Vertel nog eens wat meer over de hoofdpijn”, vraag ik, “iets bijzonders dat ik nog niet weet.” Dan is het ineens raak. Spontaan noemt ze een symptoom waardoor alle puzzelstukjes van haar verhaal in elkaar vallen. “Het is altijd hetzelfde”, zegt ze, “vlak voordat de hoofdpijnaanval begint, voelt mijn hoofd ijskoud aan alsof ik op een winterdag in de vrieskou heb gestaan.”

Meteen zit ik op het puntje van mijn stoel, ik voel dat we hier met een “paragraaf 153 symptoom” te maken hebben, zo genoemd naar het betreffende hoofdstuk in het Organon der Geneeskunst van Samuel Hahnemann. Deze geniale arts en grondlegger van de homeopathie schreef al in 1810 over de “meest opvallende, karakteristieke, merkwaardige en ongewone verschijnselen die naar het juiste homeopathische middel leiden.” Bijna 200 jaar later beschrijft mijn patiënte precies zo’n uniek verschijnsel dat me op het spoor brengt van Menyanthes trifoliata, het waterdrieblad uit de gentiaanfamilie. De puzzel klopt. Planten uit de gentiaanfamilie staan erom bekend dat mensen die moeite hebben met loslaten er baat bij kunnen hebben. En loslaten is precies waar deze patiënte moeite mee heeft. Het middel blijkt een schot in de roos, alsof het een schakelaar heeft omgezet in haar lichaam.  Mijn patiënte is de koning te rijk. Nu vier maanden later heeft ze geen hoofdpijnaanvallen meer gehad en is ze vitaler dan ooit. “En ik heb het middel maar twee keer hoeven innemen!” Homeopathie is een prachtig vak.

Zijtekst
Jan Bol (53) is van oorsprong huisarts.Tijdens zijn carrière ontdekte hij de homeopathie .Steeds vaker vroegen zijn patiënten over deze natuurlijke geneeswijze. Tijdens de opleiding tot homeopathisch arts raakte hij steeds enthousiaster.  Sinds 1993 is hij fulltime homeopathisch arts in Groningen. De helende kracht van homeopathie is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie.Deze maand beschrijft hij hoe de migraine van een patiënt als sneeuw voor de zon verdween. En hij verwondert zich wederom over de kracht van de natuur.