De ziekte van Pfeiffer

In de jaren tachtig toen ik als huisarts werkzaam was in een praktijk waar ook veel studenten stonden ingeschreven, werd een explosieve toename van het aantal Pfeiffer-patiënten zichtbaar. Deze virusziekte, ook wel klierkoorts genoemd, komt vooral voor bij jongvolwassenen die in hun jeugd geen antistoffen hebben gevormd tegen de verwekker, het Epstein-Barr virus; dit virus uit de herpesfamilie slaat het liefst toe in tijden van verminderde weerstand bijvoorbeeld rond het eindexamen of tijdens drukke tentamenperiodes.

Symptomen
Koorts, een fors ontstoken keel die een weeïge zoete geur verspreidt, opgezette lymfeklieren (vooral in de nek), gezwollen oogleden, huiduitslag (soms) en donker gekleurde urine (door overbelasting van de lever) zijn de meest karakteristieke symptomen in de acute fase van Pfeiffer. De enige therapie bestaat uit heel veel rust en een absoluut alcoholverbod.

Fosforzuur
De homeopathische behandeling van Pfeiffer richt zich met name op de buitengewoon vervelende en soms zeer langdurige vermoeidheid die na de ziekte kan optreden. Het homeopathische fosforzuur (phosphoricum acidum) zal dan zeker als geneesmiddel worden overwogen, want wat lezen we in de Materia Medica over de oorspronkelijke vergiftigingsverschijnselen van deze stof: “zwakte en uitputting, vooral bij jonge mensen die snel groeien en waarvan geestelijk en lichamelijk teveel wordt gevergd; lusteloos, verminderd geheugen, kan zich niet concentreren of op de juiste woorden komen; apatisch, mentale uitputting, vertwijfeling; blauwe kringen onder de ogen, grote slaperigheid, overvloedige transpiratie met traag verlopende koortsen, grote zwakte van de ledematen”. Een belangrijk middel dus, dit fosforzuur, bij chronische vermoeidheidsklachten na virusinfecties zoals Pfeiffer.