Homeopathie en Sint-Janskruid

Als het gebruik van chemische medicijnen bij bepaalde ziekten sterk toeneemt, zoals de laatste 20 jaar het gebruik van anti-depressiva (Prozac, Seroxat) bij depressies, dan stijgt onvermijdelijk de vraag naar goede natuurlijke alternatieven. Dit verklaart de geweldige opmars van de plant Hypericum perforatum (Sint-Janskruid, Hertshooi), die al veel langer in de natuurgeneeskunde bij stemmingsstoornissen werd gebruikt, maar nu ook steeds vaker door psychiaters en huisartsen bij milde tot matige depressies wordt toegepast.

Als het gebruik van chemische medicijnen bij bepaalde ziekten sterk toeneemt, zoals de laatste 20 jaar het gebruik van anti-depressiva (Prozac, Seroxat) bij depressies, dan stijgt onvermijdelijk de vraag naar goede natuurlijke alternatieven. Dit verklaart de geweldige opmars van de plant Hypericum perforatum (Sint-Janskruid, Hertshooi), die al veel langer in de natuurgeneeskunde bij stemmingsstoornissen werd gebruikt, maar nu ook steeds vaker door psychiaters en huisartsen bij milde tot matige depressies wordt toegepast.

Serotonine
Eén van de belangrijkste stoffen die in onze hersenen zorgt voor een goede prikkeloverdracht is serotonine. Langdurige fysieke uitputting of blootstelling aan heftige emoties kan het serotoninegehalte verlagen en leiden tot sombere gevoelens, zwaarmoedigheid en zelfs een echte depressie. Sint-Janskruid bevat de stof hypericine die (net als chemische antidepressiva) zorgt voor een optimaal hergebruik van serotonine in de hersenen. Uit de vele wetenschappelijke onderzoeken die met de plant zijn gedaan (met name in Duitsland waar Hypericum ook in de reguliere geneeskunde het nummer 1 antidepressivum is) blijkt dat minimaal 2 mg hypericine per dag nodig is voor het goed recyclen van serotonine in de hersenen.

Bij matige depressies blijkt het geneeskrachtige effect even doeltreffend als dat van chemische middelen, de bijwerkingen zijn echter een stuk milder. De bekendste bijwerking van Sint-Janskruid is een verhoogde lichtgevoeligheid van de huid. Verder kunnen ongewenste effecten optreden bij het gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen, zoals de anticonceptiepil, antidepressiva, digoxine en medicijnen tegen epilepsie.

De bekende psycholoog René Diekstra, die zelf in een depressie terechtkwam na een turbulente fase in zijn leven, zegt over zijn eigen gebruik van Sint-Janskruid: “Ik ben ervan overtuigd dat het effect dat ik bij mezelf bemerkte te maken had met het slikken van Sint-Janskruid. Ik ben het toen gaan adviseren aan patiënten met een lichte depressie. Bij deze patiënten stelde ik precies hetzelfde effect vast. Niet bij iedereen, maar dat geldt voor alle antidepressiva.”

Hypericum homeopathisch
Het geneeskrachtig gebruik van een in aanleg giftige plantaardige stof als hypericine noemen we fytotherapie (planten- of kruidengeneeskunde). Om van Sint-Janskruid een klassiek homeopathisch geneesmiddel te maken wordt niet de stof hypericine gebruikt maar de gehele, verse, bloeiende plant. Na een verdunning- en bewerkingsproces (het potentiëren) zijn de giftige stoffen volledig verdwenen en blijft alleen een geneeskrachtige vloeistof over. Deze homeopathische Hypericum wordt al 200 jaar met succes toegepast bij verwondingen van zenuwen, zoals bij bijtwonden, val op het stuitje, nekletsel, zenuwpijn na operaties, gordelroospijn etc. Kortom: het Sint-Janskruid is bij de behandeling van depressies en zenuwletsels een onmisbaar alternatief.

Goed nieuws: artikelen op website!
Met ingang van deze maand kunt u op mijn website www.homeopathischepraktijk.nl niet alleen informatie vinden over homeopathie, verzekeringen, adressen, literatuur etc. maar ook alle artikelen over homeopathie die vanaf november 1996 in de Wijkkrant Nummer 1 zijn verschenen.

Homeopathie en genotmiddelen

Vrijwel alle opwekkende en verdovende stoffen die wij als onschuldig genotmiddel (koffie, thee) of verslavende drug (cocaïne, heroïne) tot ons nemen zijn van plantaardige oorsprong. Van oudsher gebruiken mensen deze planten om in een psychische of lichamelijke roes te komen en daarmee een effect te bereiken dat op eigen kracht haast niet is te verwezenlijken.

Vrijwel alle opwekkende en verdovende stoffen die wij als onschuldig genotmiddel (koffie, thee) of verslavende drug (cocaïne, heroïne) tot ons nemen zijn van plantaardige oorsprong. Van oudsher gebruiken mensen deze planten om in een psychische of lichamelijke roes te komen en daarmee een effect te bereiken dat op eigen kracht haast niet is te verwezenlijken.

Doping
Het gebruik van deze planten kun je feitelijk een vorm van natuurlijke doping noemen, waarbij iedere plant haar eigen werkingsgebied heeft:

zo wordt Cannabis (Hasj) gebruikt om de geest te verruimen; van koffie, thee en tabak verwachten we dat het onze hersenen actiever maakt; om onze geest rustiger te maken kunnen we kiezen uit vele planten zoals Valeriaan, Kava Kava, Citroenmelisse, Hop en Passiflora; om minder pijn te voelen leveren bepaalde papaversoorten de mens opium (en de daarvan afgeleide morfine en heroïne); cocaïnebladeren werden oorspronkelijk gekauwd door Zuid-Amerikaanse indianen om tijdens lange tochten hoog in de bergen minder snel vermoeid te raken.

Homeopathisch gebruik
De homeopathische geneesmiddelen die van deze planten worden gemaakt werken tegengesteld aan het oorspronkelijke vergiftigingsbeeld (een voorbeeld: teveel koffie drinken kan slapeloosheid en hartkloppingen veroorzaken, het homeopathische Coffea cruda dat bereid is uit de koffieboon wordt juist gebruikt om de slaap te verbeteren en het hart tot rust te brengen.)
Op twee manieren worden deze homeopathische middelen in de dagelijkse praktijk ingezet. Allereerst om de negatieve effecten van een genotmiddel ongedaan te maken: zo wordt Tabacum (gemaakt van de tabaksplant) gebruikt om het stoppen met roken makkelijker te maken, en mensen die verslaafd zijn aan suiker kunnen tijdelijk het homeopathische Saccharum (gemaakt van suikerriet) gebruiken.

Constitutietype
Als het emotionele en lichamelijke beeld van een patiënt overeenkomt met het bekende beeld van een bepaalde “dopingplant” zonder dat hij of zij het betreffende genotmiddel uit die plant heeft genuttigd, wordt het homeopathische geneesmiddel van de betreffende plant als constitutiemiddel gegeven, d.w.z. als middel om de totale persoon in balans te brengen.

Het type mens dat bij deze planten past heeft vaak een gevoelige natuur, is zeer meelevend (met mens én dier) en heeft veel behoefte aan spiritualiteit; geel is opvallend vaak hun lievelingskleur.
Een paar specifieke homeopathische geneesmiddeltypes:

Anhaloniumtype (anhalonium is bereid uit een mescaline bevattende Mexicaanse cactus): een zachte, ingetogen dromer met een kleurrijke fantasie.
Cannabistype: extravert met een levendige fantasie en behoefte aan avontuur; deze personen hebben behoefte aan strakke controle en kunnen daardoor heel precies en detaillistisch overkomen.
Coffeatype: correcte, vriendelijke en welwillende mensen met een grote behoefte om de medemens te helpen.
Theatype (thea is bereid uit de theestruik): nerveus, rusteloos en slapeloos; erg schrikkerig van bv. telefoon en deurbel.
Saccharumtype (saccharum wordt uit de suikerrietstengel bereid): lieve kinderen die van het ene moment op het andere heel agressief kunnen worden; duimzuigende knuffelkinderen die houden van verkleden, imiteren en aandacht trekken.
Cocaïnetype (cocaïne komt uit de cocaplant, de heilige plant van de Inca’s die door de Spaanse priesters werd afgekeurd als “illusie van de duivel”): verlegen, teruggetrokken harde werkers.

Van een nieuwe (chemische) drug als XTC is het constitutietype nog niet geheel duidelijk, maar ongetwijfeld zal ook deze stof in de toekomst homeopathisch toegepast gaan worden.

Homeopathie en medicijnen uit de natuur

Penicilline, de moeder van alle antibiotica, stamt uit schimmelculturen; Aspirine, misschien wel het meest gebruikte medicijn ter wereld, bevat als werkzame stof het salicylzuur dat oorspronkelijk uit de treurwilg (de Salix) komt. Veel medicijnen die dagelijks door de huisarts of specialist worden voorgeschreven zijn chemische varianten van het (meestal plantaardige) origineel uit de natuur.

Penicilline, de moeder van alle antibiotica, stamt uit schimmelculturen; Aspirine, misschien wel het meest gebruikte medicijn ter wereld, bevat als werkzame stof het salicylzuur dat oorspronkelijk uit de treurwilg (de Salix) komt. Veel medicijnen die dagelijks door de huisarts of specialist worden voorgeschreven zijn chemische varianten van het (meestal plantaardige) origineel uit de natuur.

Dokters staan er al lang niet meer bij stil dat ze bij het uitschrijven van een recept voor pijnstillers, antibiotica, medicijnen voor het hart, aambeien- en eczeemzalven, astma-inhalatoren etc. etc. vaak een moderne vorm van kruidengeneeskunde (fytotherapie) toepassen.

Tijdloze geneesmiddelen
In de homeopathische geneeskunde worden uit de natuur afkomstige stoffen sterk verdund en intensief bewerkt (het potentiëren) waarbij de geneeskracht wordt versterkt en de schadelijke werking wordt weggenomen; van een aantal van de belangrijkste homeopathische geneesmiddelen wordt de chemische variant frequent voorgeschreven in de reguliere medische praktijk.

Het medicijn bij acute jichtaanvallen, colchicine, komt uit de Colchicum autumnale (de herfttijloos), een plant die ook homeopathisch wordt gebruikt bij jicht en bij mensen met maagdarmklachten en een grote gevoeligheid voor sterke geuren en etensluchten.

Het veelgebruikte hartmedicijn digoxine stamt uit het vingerhoedskruid, de digitalis purpurea, dat ook homeopathisch bij hartklachten (zoals ritmestoornissen) wordt gebruikt.

Coffeïne is een stof die van oorsprong uit de koffieboon (Coffea cruda) komt en die in pijnstillers zoals Finimal toegevoegd wordt aan paracetamol om het pijnstillende effect te vergroten; homeopathisch wordt de Coffea cruda o.a. ingezet bij slaapstoornissen, hartritmestoornissen en kiespijn.

Ergotamine werd veel bij migraine gebruikt (bv. in het medicijn Cafergot) en is een stof die in moederkoren (Secale cornutum) zit; moederkoren is een schimmel die op rogge en andere graansoorten groeit, homeopathisch wordt het gebruikt bij problemen met de bloedsomloop en menstruatiekrampen.

Schatplichtig aan de natuur
Nog een paar voorbeelden van veelgebruikte “natuurlijke” geneesmiddelen tot slot:
Kinine (uit de bast van de Kinaboom, de China officinalis), gebruikt bij hartritmestoornissen en bij malaria.
Opium en morfine (uit de papaver met de naam “slaapbol”) behoren tot de sterkste pijnstillers die we kennen.
Psylliumzaad (uit Plantago, de weegbree) zit in laxeermiddelen als Volcolon en Metamucil en is een probaat middel tegen obstipatie.
Hamamelis (uit de Virginische toverhazelaar) wordt nog steeds veel toegepast in aambeizalven.
Taxanen (stoffen uit de Taxus buccata), worden steeds vaker gebruikt bij bepaalde vormen van kanker.

De lijst met van oorsprong uit de natuur afkomstige geneesmiddelen die nog steeds in de reguliere geneeskunde worden gebruikt is eindeloos en geeft aan hoe belangrijk het is dat we zuinig met die natuur omspringen.