Homeopathie en het Hahnemannjaar

Op 10 april 2005 is het 250 jaar geleden dat Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, geboren werd. Reden genoeg voor homeopaten wereldwijd om de week van 10 tot 17 april uit te roepen tot “week van de homeopathie” en het jaar 2005 tot “Hahnemann-jaar”. De bewondering voor deze briljante arts en apotheker komt in vele landen tot uiting middels congressen, publicaties en tentoonstellingen, én het WHO-rapport over homeopathie dat in mei door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt uitgebracht.

Hahnemann leefde van 1755 tot 1843 in een periode die nu in de geschiedenisboeken bekend staat als de tijd van de Verlichting. Het was een tijd waarin gemorreld werd aan religieuze dogma’s, vraagtekens werden gezet bij traditie en bijgeloof en waarin modern wetenschappelijk onderzoek een aanvang nam. Dit wetenschappelijk onderzoek, vaak door middel van experimenten, had in de natuurkunde geleid tot het ontstaan van vele natuurkundige wetten die ook nu nog alom worden toegepast. De ontdekking van de zwaartekracht door Isaac Newton is een bij iedereen wel bekend voorbeeld hiervan. Voltaire en Mozart waren tijdgenoten van Hahnemann en ook in zijn eigen omgeving vormden streekgenoten als Goethe (de beroemde dichter) en Anderssen (de eerste officieuze wereldkampioen schaken) voorbeelden voor de vooruitgang van de menselijke geest.

Aude sapere
Hahnemanns motto “Aude sapere” (durf zelfstandig te denken) leidde bij hem tot kritische kanttekeningen over het medisch handelen van zijn tijd, een tijd waarin de medische praktijk bestond uit het toedienen van zware vergiften en het veelvuldig aderlaten, een praktijk die door Hahnemann werd betiteld met kwakzalverij. Een citaat uit één van zijn geschriften: : “Ongeacht het feit dat er misschien nog nooit in het levende, menselijke lichaam één druppel bloed teveel gezeten heeft, houdt toch de oude school bloedovermaat voor de hoofdoorzaak van veel ziekte; door aders te openen en bloedzuigers te plaatsen vergieten ze vaak zoveel bloed dat de dood er (bijna) op volgt.”
Het is niet onbegrijpelijk dat Hahnemann veel kritiek te verduren kreeg van de traditionele artsen, maar hij bleef doorgaan met zijn eigen experimenten om tot een betere geneeswijze te komen. Uiteindelijk leidde dit tot de ontdekking van het principe van de homeopathie: een grondige bewerking (het potentiëren) zorgt ervoor dat natuurlijke stoffen hun giftige werking verliezen en een nieuwe geneeskrachtige werking krijgen.
Dat homeopathie werkt om ziekten te genezen, is door modern wetenschappelijk onderzoek inmiddels wel aangetoond. Echter, hoe het exact mogelijk is dat een dergelijke verdunning werkelijk werkt, het blijft een raadsel! Blijkbaar hebben ook wij nog een periode van “Verlichting” nodig die kan leiden tot nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten die hier een verklaring voor kunnen geven.

Hahnemann verdiepte zich ook in hoe een consult met een patiënt het beste gevoerd kon worden. Nogmaals een citaat: “De patiënt vertelt hoe zijn klachten zich hebben ontwikkeld. De arts ziet, hoort en neemt met zijn overige zintuigen waar wat aan de zieke veranderd en ongewoon is. Hij schrijft alles precies op met dezelfde bewoordingen die de patiënt gebruikt heeft, hij houdt zijn mond en laat de patiënt uitspreken zonder te onderbreken. Aanvullende vragen mogen nooit suggestief zijn en verleiden tot een verkeerde respons.”

Oók Hahnemann
Hahnemann kreeg in zijn tijd niet alleen maar kritiek te verduren van zijn mede-artsen, zijn vakmanschap als apotheker bijvoorbeeld was onomstreden, in 1797 schreef hij het Apothekerslexicon, een standaardhandboek voor apothekers; een citaat uit het Pharmazeutisches Journal: “Een uitstekend werk dat iedere apotheker zich zou moeten aanschaffen. Bondigheid, helderheid, beslistheid en toch volledigheid blijken de kenmerken van dit werk. Dit werk zal van veel nut zijn voor de farmacie.”

Hahnemann heeft veel betekend voor de geneeskunst in de wereld, zoveel zelfs dat een jaar ter ere van zijn werk naar mijn idee volledig terecht is.