Homeopathie en genotmiddelen

Vrijwel alle opwekkende en verdovende stoffen die wij als onschuldig genotmiddel (koffie, thee) of verslavende drug (cocaïne, heroïne) tot ons nemen zijn van plantaardige oorsprong. Van oudsher gebruiken mensen deze planten om in een psychische of lichamelijke roes te komen en daarmee een effect te bereiken dat op eigen kracht haast niet is te verwezenlijken.

Doping
Het gebruik van deze planten kun je feitelijk een vorm van natuurlijke doping noemen, waarbij iedere plant haar eigen werkingsgebied heeft:

zo wordt Cannabis (Hasj) gebruikt om de geest te verruimen; van koffie, thee en tabak verwachten we dat het onze hersenen actiever maakt; om onze geest rustiger te maken kunnen we kiezen uit vele planten zoals Valeriaan, Kava Kava, Citroenmelisse, Hop en Passiflora; om minder pijn te voelen leveren bepaalde papaversoorten de mens opium (en de daarvan afgeleide morfine en heroïne); cocaïnebladeren werden oorspronkelijk gekauwd door Zuid-Amerikaanse indianen om tijdens lange tochten hoog in de bergen minder snel vermoeid te raken.

Homeopathisch gebruik
De homeopathische geneesmiddelen die van deze planten worden gemaakt werken tegengesteld aan het oorspronkelijke vergiftigingsbeeld (een voorbeeld: teveel koffie drinken kan slapeloosheid en hartkloppingen veroorzaken, het homeopathische Coffea cruda dat bereid is uit de koffieboon wordt juist gebruikt om de slaap te verbeteren en het hart tot rust te brengen.)
Op twee manieren worden deze homeopathische middelen in de dagelijkse praktijk ingezet. Allereerst om de negatieve effecten van een genotmiddel ongedaan te maken: zo wordt Tabacum (gemaakt van de tabaksplant) gebruikt om het stoppen met roken makkelijker te maken, en mensen die verslaafd zijn aan suiker kunnen tijdelijk het homeopathische Saccharum (gemaakt van suikerriet) gebruiken.

Constitutietype
Als het emotionele en lichamelijke beeld van een patiënt overeenkomt met het bekende beeld van een bepaalde “dopingplant” zonder dat hij of zij het betreffende genotmiddel uit die plant heeft genuttigd, wordt het homeopathische geneesmiddel van de betreffende plant als constitutiemiddel gegeven, d.w.z. als middel om de totale persoon in balans te brengen.

Het type mens dat bij deze planten past heeft vaak een gevoelige natuur, is zeer meelevend (met mens én dier) en heeft veel behoefte aan spiritualiteit; geel is opvallend vaak hun lievelingskleur.
Een paar specifieke homeopathische geneesmiddeltypes:

Anhaloniumtype (anhalonium is bereid uit een mescaline bevattende Mexicaanse cactus): een zachte, ingetogen dromer met een kleurrijke fantasie.
Cannabistype: extravert met een levendige fantasie en behoefte aan avontuur; deze personen hebben behoefte aan strakke controle en kunnen daardoor heel precies en detaillistisch overkomen.
Coffeatype: correcte, vriendelijke en welwillende mensen met een grote behoefte om de medemens te helpen.
Theatype (thea is bereid uit de theestruik): nerveus, rusteloos en slapeloos; erg schrikkerig van bv. telefoon en deurbel.
Saccharumtype (saccharum wordt uit de suikerrietstengel bereid): lieve kinderen die van het ene moment op het andere heel agressief kunnen worden; duimzuigende knuffelkinderen die houden van verkleden, imiteren en aandacht trekken.
Cocaïnetype (cocaïne komt uit de cocaplant, de heilige plant van de Inca’s die door de Spaanse priesters werd afgekeurd als “illusie van de duivel”): verlegen, teruggetrokken harde werkers.

Van een nieuwe (chemische) drug als XTC is het constitutietype nog niet geheel duidelijk, maar ongetwijfeld zal ook deze stof in de toekomst homeopathisch toegepast gaan worden.