Samuel Hahnemann

Durf zelfstandig te denken (“Audere Sapere”) was de lijfspreuk van de grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann. In 1795 werd hij in Meissen, in het door de Zevenjarige Oorlog verarmde Saksen, geboren als zoon van een porseleinschilder. Zijn buitengewone begaafdheid en gedrevenheid leverden hem sponsors op (o.a. de rector van het gymnasium) die hem in staat stelden geneeskunde te studeren in Leipzig en Wenen, daarnaast verdiende hij wat bij met vertalen van medische en scheikundige literatuur uit de hele wereld.

Terug in zijn geboortestreek als arts en apotheker trouwde hij een apothekersdochter met wie hij elf kinderen kreeg. Maar veel rust zouden ze in hun leven niet kennen.

Het was een leven van armoede, oorlog (Napoleon had in die periode een verdedigingslinie langs de Elbe aangelegd) en epidemieën. Hoewel Hahnemann bewondering oogstte met zijn scheikundig werk (zijn Apothekers-lexicon werd het standaardwerk van die tijd) en veel succes had met zijn homeopathische geneesmethoden (hertog Ferdinand vroeg hem zelfs hofarts te worden) werd zijn loopbaan toch gekenmerkt door de vele heftige aanvaringen met collega’s, die niets van zijn homeopathische inzichten moesten hebben.

Er waren echter ook artsen die zich lieten inspireren door Hahnemanns wetenschappelijke werk, en zijn bevindingen meenamen naar Frankrijk, de Verenigde Staten en Engeland (alwaar het koningshuis sindsdien homeopathische lijfartsen in dienst heeft).

Ondertussen trok Hahnemann van plaats naar plaats; gedreven door zijn eigen onrust en achtervolgd door de kritiek en afgunst van zijn vakbroeders bracht hij zijn revolutionaire ideeën in praktijk.

Op 80-jarige leeftijd, vijf jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw, deed hij zijn omgeving nog eenmaal versteld staan door te hertrouwen met een jonge Française en zijn geliefde Saksen te verlaten om nog een aantal jaren een bloeiende praktijk uit te oefenen in Parijs.

In 1843, hij was inmiddels 88 jaar, overleed deze buitengewone man; hij werd eerst op het kerkhof van Monmartre begraven, maar kreeg in 1898 als postuum eerbetoon een graftombe op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise; op het grafmonument staat de inscriptie “Non utilis vixi”: ik heb niet nutteloos geleefd.